Deze pagina behandelt de vragen rond directe democratie en referendums. Om uw vragen te beantwoorden in verband met de gedachtegang van Actio Populi, klik hier.


 

 

 

BEGRIPPEN

Directe democratie / representatieve democratie

Directe democratie is een wetgevende procedure zonder delegatie van bevoegdheden aan volksvertegenwoordigers. Het is een bestuursvorm waarbij burgers zelf direct wetsvoorstellen kunnen indienen en erover stemmen. Ook door het parlement goedgekeurde wetten kunnen door een volksinitiatief aan een referendum onderworpen worden.

Er zijn verschillende instrumenten die burgers kunnen gebruiken om rechtstreeks hun wetgevende bevoegdheid uit te oefenen zoals:

  • petitierecht,
  • een afzettingsprocedure,
  • een volksvergadering,
  • een referendum,
  • online stemsysteem (Demoex)

Directe democratie komt in de praktijk vooral voor in combinatie met de vertegenwoordigende democratie. Voorbeelden zoals Zwitserland, Ijsland, VS, Porto Alegre tonen aan dat vertegenwoordigende en directe democratie elkaar prima aanvullen.

Een representatieve of indirecte democratie is een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren. De representatieve democratie is hierdoor onderscheiden van de directe, waarin leden van de bevolking zelf politieke besluiten nemen.

Een representatieve democratie waarin direct-democratische besluitvorming wordt bemoeilijkt is een particratie: de politieke partijen hebben de macht. Met uitzondering van Zwitserland zijn de Europese 'democratieën' particratieën. Particratie wordt vaak verward met de democratie. Een particratie komt voornamelijk tot uiting in de partijdiscipline, waarbij in de praktijk alle verkozenen die behoren tot eenzelfde partij in het parlement over alle onderwerpen unaniem stemmen.

Representatieve democratie is in alle landen waarin representatieve democratie wordt toegepast geëvolueerd tot particratie. Michels noemde dit de ijzeren wet van de oligarchie. Deze wet stelt dat alle organisatievormen, onafhankelijk van het democratische of autocratische gehalte in het begin, onvermijdelijk oligarchisch worden. Particratieën kunnen bijgevolg worden gezien als een vorm van misbruik van delegatie in representatieve democratie. Aangezien alle representatieve democratieën particratieën zijn geworden, worden beide termen als synoniemen van elkaar gebruikt. Waarom is dit een vorm van misbruik? Er zijn heel wat publicaties die de efficiëntie van representatieve democratie vergelijken met de efficiëntie van directe democratie. Bijvoorbeeld prof. Lars Feld in Duitsland, prof. Kirchgasser in Zwitserland en prof. Matsusaka in USA vergeleken de efficiëntie van representatieve democratie en particratie door het vergelijken van de kosten van een bepaalde dienst als functie met de hoogte van de drempel voor het houden van een financieel referendum voor die dienst. Uit die gegevens blijkt dat hoe hoger de drempel is, hoe hoger de kosten van die dienst zijn.

Democratie / particratie

In een democratie is de voltallige bevolking soeverein en is alle autoriteit gebaseerd op de instemming van het volk. Deze bestuursvorm is gebaseerd op het menselijke gelijkheidsideaal. Als iedereen vrij en gelijk in rechten en plichten geboren is (zoals in het eerste artikel van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens staat) dan heeft ook niemand méér recht dan een ander om bepaalde wetten vast te stellen of beslissingen te nemen.

In een democratie is het volk soeverein. De gemeenschap van soevereine burgers heeft in een democratie geen autoriteit boven zich. De burgers maken soeverein de wetten, ze hebben zelf de sleutel in handen. Dit impliceert om te beginnen, dat de burgers ook vrij bepalen hoe ze die wetten maken: rechtstreeks of onrechtstreeks.

Het elementaire verschil tussen een particratie en een democratie is de kwestie of het volk soeverein is. Een exacte scheidingslijn lijkt er in eerste instantie niet, want in een democratie zijn er meestal ook partijen en een parlement. Toch worden staten als democratieën beschouwd indien het volk formeel het laatste woord kan hebben over concrete wetsvoorstellen, dus concrete politieke macht heeft.

In een particratie kan de bevolking enkel om de paar jaar het aandeel van de verschillende partijen in het parlement wijzigen, dus enkel 'achteraf' bijsturen. Mogelijke kenmerken van een particratie zijn:

  • afwezigheid van een bindend referendum,
  • enkel volksvertegenwoordigers kunnen over wetten stemmen,
  • de partijen bepalen onderling de samenstelling van de regering,
  • mandatarissen kunnen enkel door hun partij of justitie afgezet worden.

Een particratie komt ook tot uiting in de partijtucht waarbij in de praktijk alle verkozenen die behoren tot eenzelfde partij in het parlement over alle onderwerpen gelijk stemmen volgens de instructie van de partij. In een particratie zoals de onze levert de politieke klasse ook voortdurend ideologische strijd. Een particratie berust op de overweging, dat de verkozenen moreel superieur zijn aan de gemiddelde burger.Daarenboven kunnen in een particratie de verkozenen de volkswil negeren.

Een particratie is geen intellectueel uitvindseltje, particratie betekent dat een hoop partijen de macht hebben i.p.v. de bevolking. Met die rariteit dat de bevolking zelf mag beslissen welke partij de grootste wordt, maar daarna kunnen die partijen doen wat ze willen.

Je kan dan bij de volgende verkiezingen op een andere partij stemmen, die iets anders belooft. Maar als dat ook niet blijkt te werken? En ook een volgende partij niet? Dan krijg je een ‘kloof tussen burger en politiek’, dan krijg je mensen die apathisch en ongeïnteresseerd worden omdat ze het gevoel krijgen dat ze toch niks kunnen veranderen...

Volkssoevereiniteit / natiesoevereiniteit

Volkssoevereiniteit betekent dat het hoogste gezag bij het volk berust. Zwitserland benadert dit principe het meest.

Voor Rousseau gold echter dat vertegenwoordiging tegen de volkssoevereiniteit inging:

Soevereiniteit laat zich niet vertegenwoordigen, om dezelfde reden als waarom zij ook niet ontvreemd kan worden. Zij bestaat in haar diepste wezen in de algemene wil en die wil kan niet vertegenwoordigd worden. Zij is het of zelf of het is iets anders. Een tussenweg bestaat niet. [...] De afgevaardigden van het volk zijn geen vertegenwoordigers en kunnen dat ook niet zijn; het zijn slechts lasthebbers en zij kunnen geen definitieve beslissingen nemen.

Natiesoevereiniteit betekent dat het hoogste gezag bij de natie berust. Voor België geldt dat de natie vertegenwoordigd wordt door het parlement. Artikel 33 van de Belgische Grondwet bepaalt: "Alle machten gaan uit van de Natie."

Het concept van soevereine, vrij beslissende burgers komt nog vóór de Grondwet, en vormt de bron van legitimiteit van de Grondwet. Een interpretatie van de Grondwet, die de spreekmogelijkheid en dus de soevereiniteit van de burgers beperkt of in vraag stelt, mist per definitie democratische legitimiteit.

Referenda / plebiscieten

Een referendum is een beslissingsprocedure waarbij de burgers zich rechtstreeks over een wetsontwerp uitspreken nadat zij zelf voldoende handtekeningen hebben ingezameld (teken dat ze over het onderwerp willen stemmen).

De vraag en de argumenten worden volledig ontwikkeld door burgers en/of belangengroepen. Belangrijk te vermelden is dat het resultaat gerespecteerd moet worden door de overheid.

Een plebisciet is een door de overheid opgelegde stemming (synoniemen zijn: raadplegend referendum, een referendum op overheidsinitiatief). Meestal worden plebiscieten uitgevaardigd door een politieke partij met zodanige voorwaarden ter ondersteuning van een gewenste uitkomst. Eveneens bepaalt de overheid de vraagstelling.

Belangrijk te vermelden is dat het resultaat niet gerespecteerd dient te worden door de overheid en dat geen handtekeningen ingezameld dienen te worden (onmogelijk om te weten of voldoende burgers over dit onderwerp willen stemmen). 

Helaas wordt een plebisciet als synoniem voor referendum gebruikt. Volksraadplegingen worden door machthebbers vaak gebruikt, om steun te verwerven voor hun beleid, of om een uitweg te vinden nadat hun beleid is vastgelopen.

Een toepassing: de Koningskwestie ten tijde van Leopold III in 1952

Het zogenaamd 'referendum' over de terugkeer van koning Leopold III was geen echt referendum. Het had enkel consultatieve waarde, en verschillende politieke formaties hadden verschillende interpretatie-regels geformuleerd (de socialistische partij eiste een 66% meerderheid om de terugkeer van de koning te aanvaarden; de liberalen hanteerden een complexe 70% / 55% regel; de koning zelf eiste een 55% meerderheid). Nadat een meerderheid zich had uitgesproken voor terugkeer van de koning, werd die laatste toch tot ontslag gedwongen. Eigenlijk illustreert dit voorval de gehele ontoereikendheid van een particratisch systeem. Pas nadat de politieke elite via dit systeem de toestand compleet had laten vastlopen, werd als noodmiddel op een slecht gereguleerd en vrijblijvend plebisciet beroep gedaan.

Het is mogelijk (maar ver van bewezen) dat België niet zal kunnen leven met een authentieke, democratie. Indien Vlaanderen en Wallonië systematisch anders gaan stemmen over belangrijke zaken, kan dit tot een breuk leiden. Maar dit scenario zou niet bewijzen dat democratie onwerkzaam is, maar enkel dat België niet gewenst is door zijn burgers, en dus geen bestaansreden heeft. 

In Zwitserland gebeurt het vaak dat de verschillende taalgroepen uiteenlopend stemmen, maar die uitkomsten bedreigen geenszins de samenhang van dat land. Zo leverde de stemming over de integratie van Zwitserland in de EER een pro-meerderheid op in Franstalig Zwitserland, maar een meerderheid van tegenstanders in Duitstalig Zwitserland. Dit was geen reden voor de eersten om de Zwitserse staat in vraag te stellen.

Soorten referendums

De belangrijkste soorten referendums in Zwitserland zijn de volgende:

a. constitutioneel volksinitiatief

Via het constitutioneel volksinitiatief (burgerinitiatief of volksinitiatief), ingevoerd in 1891, kunnen burgers een referendum krijgen over door henzelf geschreven voorstellen indien zij binnen 18 maanden 100.000 handtekeningen inzamelen. Het mag zowel gaan om een algemeen geformuleerd voorstel, wat vervolgens door een parlementaire commissie in regelgeving omgezet moet worden, of om exact gedefinieerde wetsartikelen waaraan het parlement niets meer aan mag veranderen. Indien aangenomen wordt het voorstel onderdeel van de grondwet. In de praktijk kunnen burgers het echter ook gebruiken voor onderwerpen die doorgaans typisch in gewone wetgeving worden geregeld. De Zwitserse grondwet is hierdoor een merkwaardig mengsel van staatkundige beginselen en ‘gewoon’ beleid. Dit probleem hebben de Zwitsers nu opgevangen door de invoering van het algemeen volksinitiatief. Dit werd in februari 2003 per referendum goedgekeurd en geldig in 2006. Hierbij dienen burgers na inzameling van 100.000 handtekeningen een algemeen voorstel in bij het parlement, wat dan de vrijheid heeft om te bepalen of zij er een wetsvoorstel of grondwetswijziging van maakt.

Men kan in deze procedure nog een tussenstap inlassen: Indien het initiatief een kleiner aantal handtekeningen (bv.10.000 of 20.000 handtekeningen op federaal niveau) heeft verzameld, gaat het voorstel eerst naar het parlement. Het parlement is dan verplicht om het voorstel te behandelen en te aanvaarden of te verwerpen. De argumentatie die het parlement daarbij ontwikkelt kan een belangrijke bijdrage betekenen tot de maatschappelijke beeldvorming rond het voorstel. Indien het parlement het voorstel aanvaardt, heeft het burgerinitiatief natuurlijk zijn doel bereikt. Indien het parlement het voorstel verwerpt, en het burgerinitiatief is niet overtuigd door de argumentatie van het parlement, dan kan het verdergaan tot het lanceren van een referendum.

Via het volksinitiatief kunnen Zwitsers nagenoeg elke zaak tot onderwerp van referendum maken. De enige inhoudelijke uitzondering is enkele dwingende bepalingen van internationaal recht, zoals het verbod op genocide en slavernij. Het is veilig te stellen dat de Zwitserse bevolking de fundamentele mensenrechten naleeft.

b. verplicht referendum

Het verplicht referendum werd in 1848 ingevoerd. Bij elke grondwetswijziging is de regering verplicht een referendum uit te schrijven, evenals bij toetreding van Zwitserland tot internationale organisaties en spoedeisende wetten waarvoor het facultatief referendum niet geldt.

c. facultatief referendum

Het facultatief referendum kan voor elk door het parlement genomen besluit aangevraagd worden. Deze aanvraag gaat alleen met 50.000 handtekeningen van gelijkgezinden of wanneer 8 kantons daartoe besluiten. Dit moet echter wel binnen 100 dagen nadat het genomen besluit gepubliceerd is, gebeuren. Voordat het referendum gehouden is, kan het besluit van het parlement niet worden omgezet. Bij een facultatief referendum op bondsniveau geldt alleen de volksmeerderheid, de meerderheid van het aantal kantons is niet noodzakelijk. Dat meer dan 8 kantons samen een referendum aanvragen, gebeurt eigenlijk nooit. De eerste keer was dit in 2004 voor het referendum over het nieuwe belastingenpakket, echter ook de bevolking heeft dit referendum aangevraagd.

d. financieel referendum

Door de invoering van het automatisch financieel referendum met lage drempel. (L.P. Feld / J.G. Matsusaka (2003), “Budget Referendums and Government Spending: Evidence from Swiss Cantons“, Journal of Public Economics 87, p. 2703-2724) worden de overheidsuitgaven aan banden gelegd. Hieruit blijkt ook duidelijk dat naarmate de financiele drempel lager is tot het houden van een financieel referendum, de efficientie van de overheid groter wordt.

e. recall

Naast het volksinitiatief is ook de afzetting ('recall' of 'Abberufung') een interessante direct-democratische procedure. Afzetting betekent dat via volksstemming een verkozene of een publiek functionaris (zoals bijvoorbeeld een rechter) via een volksinitiatief uit zijn functie kan worden ontzet. In Zwitserland bestaat dit systeem niet op federaal niveau, maar wel in een aantal kantons.

f. plebisciet of volksraadpleging

Het referendum op initiatief van de overheid: het raadplegend referendum, in de literatuur het plebisciet geheten. In tegenstelling tot de eerste vier soorten referendums is dit GEEN referendum. De naam van referendum wordt aan dit overheidsinitiatief geplakt om de bevolking te misleiden. Zo kan de overheid onwerkbare voorwaarden er aan verbinden, het naast zich neerleggen wanneer de uitslag haar niet bevalt, etc. Het ontaardt vaak in machtsmisbruik en koppeling van allerlei losstaande zaken. Het is daarenboven niet nodig want de overheid heeft al een mandaat om te beslissen en hoeft niet zelf zaken aan de burgers voor te leggen. Op deze manier verkrijgt de burger inderdaad het gevoel dat referendums er niets toe doen en gevaarlijk zijn.

Een laatste punt is dat het een bevraging is die op initiatief van de overheid wordt gehouden, zonder dat deze handtekeningen heeft ingezameld, zonder dat deze gewild wordt door de bevolking, om aan te tonen dat voldoende burgers het houden van het referendum steunen. De uitslag is niet bindend. Men zou dit ook een nep referendum kunnen noemen.

Consensusdemocratie / conflictdemocratie

Consensusdemocratie of Konkordanzdemocratie komt er op neer dat in een dergelijke democratie niet geregeerd wordt volgens oppositie en regeringspartijen. Alle grote partijen zijn vertegenwoordigd in de regering. Het grote voordeel daarvan is dat het land ook als je verder dan vier jaar vooruit kijkt, een stabiele regering heeft.

In de meeste democratieën moet een nieuwe regering eerst het roer nadrukkelijk omgooien om ongewenste daden van de vorige regering zo veel mogelijk ongedaan te maken. In Zwitserland vindt het bestuur plaats volgens dit principe. In een consensusdemocratie is er in de periode voor het nemen van een beslissing veeleer een debat tussen de verschillende belanghebbenden in een meer luisterende en constructieve dialoog.

Conflictdemocratie of representatieve democratie is het typevoorbeeld van de meeste democratieën buiten Zwitserland. De praktijk van 'coalitievorming' (met uitsluiting van een zogezegde 'oppositie') die men in particratieën bijna universeel aantreft, komt neer op stemmenvernietiging ten nadele van de kiezers die voor de uitgesloten 'oppositie' stemden (uitsluiting is een algemeen en natuurlijk kenmerk van een particratisch regime).

In een Konkordanzdemocratie is dit niet mogelijk, omdat de uitgeslotenen via het directe besluitvormingskanaal toch altijd punten op de maatschappelijke agenda kunnen plaatsen, in de mate dat ze hiervoor handtekeningen kunnen verzamelen. In een representatieve democratie worden de verkozenen ingedeeld in de "meerderheid" en "minderheid".

Dictatuur van de meerderheid

Tirannie van de meerderheid is het opleggen van de wil van de meerderheid aan een minderheid. Bij het democratische meerderheidsbeginsel kunnen minderheden zo in de verdrukking komen, maar ook de meerderheid zelf kan hier het slachtoffer van worden door conformisme en politieke correctheid. Dit kan vergeleken worden met de onderdrukking door tirannen en despoten.

Het begrip is afkomstig van Tocqueville. Hoewel hij bewondering had voor democratie vanwege de maatschappelijke gelijkheid voor allen, zag hij ook de nodige gevaren. In Over de democratie in Amerika schrijft hij:

“Er zijn mensen die beweren dat, met betrekking tot de zaken waar het belang in stelt, het volk nooit de grenzen van recht en redelijkheid zal overschrijden en dat men daarom zonder vrees de meerderheid die dat volk vertegenwoordigt, alle macht in handen kan geven. Niemand ontkent dat alleenheersers misbruik kunnen maken van de hun toevertrouwde macht. Hoe kan men dan staande houden dat een almachtige meerderheid dat niet zou doen? Veranderen mensen soms van aard wanneer ze zich een groep vormen? Ik hecht hier alleszins geen geloof aan en weiger het absolute beschikkingsrecht evenmin aan één man als aan meerdere te geven. Er is geen gezag op aarde, hoe respectabel op zich ook, dat ik zonder controle en zonder tegengewichten zijn gang zou laten gaan.”

Daarom is er steeds het recht op secessie van een gemeenschap om te ontsnappen aan de dictatuur van de meerderheid.

Tegenover de dictatuur van de meerderheid staat de hold-up van de minderheid. Nu wordt de democratie gebruikt door een minderheid van om en bij de 600 personen die 11 miljoen mensen gijzelen. Is dit democratie?

Het is een hypocriete stelling gezien de particratie in de kern reeds automatisch minderheden uitsluit omdat de oppositie buiten werking gesteld wordt… Opdat een democratie naar behoren kan functioneren, dient de regel van de gewone meerderheid gebruikt te worden. De uiterste grens die ten alle tijde gerespecteerd dient te worden is de Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Gemeentevrijheid

Gemeentevrijheid als redding van Europa? Waarom ontaardde de democratische rechtsstaat tussen 1922 en 1940 in zowat alle Europese landen in een autocratisch of zelfs een totalitair systeem? Waarom bleven de democratische vrijheden in Zwitserland, Engeland, Scandinavië en Nederland net wél overeind? Hadden deze laatste landen iets met elkaar gemeen dat de eerste groep ontbeerde?

Deze vragen vormden het uitgangspunt van het in 1943 verschenen boek "Gemeindefreiheit als Rettung Europas" (ondertitel: Grundlinien einer ethischen Geschichtsauffassung), waarin de Zwitserse historicus Adolf Gasser op zoek ging naar structurele verklaringen voor het verval (of het behoud) van de vrijheid en de rechtsorde in moderne staten. Een tweede, 'sterk uitgebreide' editie verscheen in 1947 in Basel.

Gasser zocht (en vond) de oorzaken van het democratische verval in de administratieve structuur van de betrokken landen. Alle landen die tot 1940 (en als ze niet door de Duitsers bezet werden, ook na 1940) vrije rechtsstaten bleven hadden als gemeenschappelijk kenmerk een gedecentraliseerde bureaucratie met een sterke locale autonomie. Daarentegen was de bureaucratie in de landen die al voor de oorlog (of in het geval van Frankrijk, meteen na de Duitse inval) autoritair werden, hiërarchisch-centralistisch georganiseerd.

Gassers stelling luidt dat elke op een centraal machtsprincipe gebaseerde (dus van bovenaf opgelegde) gezagsstructuur onvermijdelijk tot de teloorgang van vrijheid en recht leidt en dat alleen een op vrijwillige associatie (dus een van onderaf organisch gegroeide) gemeenschap, een gemenebest, op duurzame wijze vrijheid en recht kan verzoenen. De basiseenheid van de waarlijk vrije gemeenschap, aldus Gasser, is de vrije gemeente.

Gemeindefreiheit als Rettung Europas is jammer genoeg relatief onbekend gebleven, ook al was het een rechtstreekse inspiratiebron voor de politieke statuten van de Raad van de Europese Regio’s en Gemeenten en al beïnvloedden Gassers ideeën in belangrijke mate de gemeentewetgeving van de naoorlogse Bondsrepubliek. Maar er zijn nog andere redenen waarom dit werk ook vandaag nog onze aandacht verdient: behalve een stilistisch meesterwerkje en een paradigmaverschuivende historische analyse is Gemeindefreiheit als Rettung Europas toch vooral een wervend "communalistisch manifest", een lofzang op de vrijheid in de locale gemeenschap.

Een uitmuntende samenvatting van dit boek vind je hier.

Decentralisatie / centralisatie

Centralisme of centralisatie behelst het streven een organisatie of een natie zo veel mogelijk vanuit één centraal punt of zelfs door één centraal orgaan of persoon te laten besturen. Het bekendste voorbeeld van een gecentraliseerde eenheidsstaat is Frankrijk. De machtsuitoefening vindt plaats vanuit één bestuurlijke eenheid. Politieke centralisatie kenmerkt zich door het ontwikkelen van staatsmacht: ten koste van lokale machthebbers worden meer en meer beslissingen genomen op centraal in plaats van decentraal of lokaal niveau. Centralisatie had in het verleden als voornaamste oogmerk meer macht te verwerven en belastingen te kunnen innen om oorlogen te financieren. De opkomst van de natiestaat was een feit.

Zoals hierboven aangetoond is door de intrede van het centralisme de staatsschuld explosief gestegen. Nederland is een voorbeeld van een gedecentraliseerde eenheidsstaat. De staatsstructuur bestaat het Rijk, de provincies en de gemeenten. Zwitserland is een voorbeeld van een gecentraliseerde confederatie. De staatsstructuur bestaat uit de Confederatie, de kantons en de gemeenten. België is een voorbeeld van hoe het niet moet. De staatsstructuur bestaat uit de Federale overheid, de regio’s, de gemeenschappen, de provincies en de gemeenten.

De uitleg over decentralisatie en centralisatie geeft niet duidelijk weer wat de weerslag is op de samenleving. Eerder spreken over opbouw samenleving: bottom - up ipv top down.  Ook de uitleg van prof Gasser dat Top down staten instabiel zijn, terwijl bottom up samenlevingen stabiel zijn is belangrijk en dient te worden bijgevoegd.

NIMBY

Nimby (Not in my back yard, Niet in mijn achtertuin) is een begrip uit de ruimtelijke ordening om aan te duiden dat veel mensen wel gebruik willen maken van voorzieningen, maar er geen hinder van willen ondervinden. Zo willen veel mensen in een auto rijden, maar wil bijna niemand dat in zijn directe omgeving een nieuwe verkeersweg wordt aangelegd vanwege de geluidsoverlast of aantasting van het landschap.

Wanneer de overheid ruimtelijke plannen voorstelt, komt er vaak weerstand van bepaalde burgers of organisaties in de buurt van een gebied waarvan het bestemmingsplan zou kunnen wijzigen, of waar bepaalde ruimtelijke wijzigingen zijn voorgesteld.De overheid heeft  tot taak maatregelen in het algemeen belang uit te voeren, zoals de aanleg van:

  • nieuwe wegen, spoorwegen, havens
  • energiecentrales, windmolens, CO2-opslag, vuilnisbelten
  • opvangcentra voor asielzoekers, gevangenissen

Hierbij worden vaak personen, organisaties of zelfs gemeenten in hun belangen geschaad, die niet direct profijt hebben bij deze ingreep. Er komt dan vaak veel tegenstand tegen deze ingrepen, zodat bewoners een actiegroep in het leven gaan roepen. Zelfs als betrokkenen inzien dat de plannen noodzakelijk zijn, willen ze er in hun eigen 'achtertuin' liever geen last van hebben.

Men moet uiterst terughoudend zijn van mensen die een nadeel ondervinden uit hun rechten te zetten via een beslissing meerderheid tegen minderheid. NIMBY kan gemakkelijk ontkracht worden wanneer redelijke argumenten naar voor geschoven worden. Een royaal voorstel kan worden gedaan tot uitkoop of compensatie van de getroffenen. Een goed investeringproject heeft immers een hoge NPV (Net Present Value), zoniet heeft het investeringproject geen zin. Het is mogelijk dat mensen ook een in de ogen van de meerderheid een uiterst royaal voorstel afwijzen.

De oplossing: voor elk investeringproject zijn er in principe een zeer groot aantal alternatieven. Dit betekent dat je de verschillende alternatieven tegen elkaar kan uitspelen. Een paar voorbeelden verduidelijken dit.

Voorbeeld 1: opslag van radioactief afval zeer diep onder de grond (in kleilagen of diepe rots): Zonder compensatie zal elke gemeenschap die opslag weigeren. Men kan een royaal aanbod doen aan die gemeenschap: bv betaling van onderhoud van de lokale wegeninfrastructuur van de gemeente, zolang de opslag onder de grond duurt. Meestal zijn er verschillende locaties voor de opslag van ondergrondse kernafval. Men kan het aanbod doen aan verschillende gemeenten, en zo de gemeenten tegen elkaar uitspelen.

Voorbeeld 2: tracee van een autosnelweg. In vele gevallen zal de lokale bevolking weigerachtig staan tegen een autosnelweg (zonder op en afrit) op haar grondgebied. Zonder voldoende compensatie geen autosnelweg. Men kan een aanbod doen aan die gemeenschap:  eigen op en afrit naar de dorpsgemeenschap  of een royale uitkoopkompensatie voor de grondeigenaars + compensatie voor de rest van de dorpsgemeenschap voor geluidsoverlast, fijn stof, belemmering van doorgang van ene zijde van dorp naar andere zijde doordat de autosnelweg een fysische barriere vormt. Meestal zijn er voor een autosnelweg verschillende tracees mogelijk. Op die manier kunnen ook verschillende dorpsgemeenschappen tegen elkaar worden uitgespeeld.

Voorbeeld 3:  Uitbreiding haven (bv van Antwerpen, Oostende, Zeebrugge,...) De oplossing is gelijkaardig aan deze van voorbeeld 2. Verder is de bewering dat de haven van Antwerpen er nooit gekomen zou zijn wanneer de burgers erover beslist mochten hebben larie. Wat gebeurd is in Doel is onmenselijk. Wanneer de overheid in een correcte en gezamelijke onteigeningsvergoeding voorzien zou hebben, konden de inwoners van Doel met een gerust hart vertrekken. Ter zijde dient een pluim te worden opgestoken voor de rechterlijke macht in Frankrijk die ten tijde van de onteigening van Tignes een correcte beslissing genomen heeft. Eén waarvan de Belgische rechterlijke macht veel van kan leren.

Hoe kan het Nimby-syndroom vermeden worden? Een interessante Canadese kijk.

Ijzeren wet van Robert Michiels

De ijzeren wet van de oligarchie stelt dat alle organisatievormen, onafhankelijk van het democratische of autocratische gehalte in het begin, onvermijdelijk oligarchisch worden. Deze sociologische wet werd geformuleerd door de Duits-Italiaanse socioloog Robert Michels en sluit aan bij de elitetheorie van Pareto en Mosca.

De oorzaak is de trend bij de leiders om zich te organiseren en de eigen belangen te behartigen, de dankbaarheid van de geleide groep en de passiviteit van de massa.

Michels, die aanvankelijk met socialisme en anarcho-syndicalisme sympatiseerde, kwam door zijn ervaringen uit de praktijk tot de conclusie dat elke groep heersers de neiging heeft tot een oligarchie te evolueren. Democratisch gekozen machthebbers zullen door de dwang der omstandigheden hoofdzakelijk verkeren in een klein kringetje van mede-regeerders en het contact met de massa verliezen. Door het bestuderen van politieke partijen kwam Michels er achter dat het probleem in de natuur van organisaties zit. In een moderne democratie ontstaan organisaties als politieke partij die, naarmate ze complexer worden, paradoxaal genoeg minder democratisch worden. De IJzeren wet van de oligarchie luidt: "Wie organisatie zegt, zegt oligarchie". Elke grote organisatie wordt geconfronteerd met problemen rondom coördinatie die alleen kunnen worden opgelost met bureaucratie. Om een bureaucratie efficiënt te maken is een hiërarchie nodig - dagelijkse besluiten kunnen niet door grote groepen mensen worden genomen. Dat leidt ertoe dat de macht in de organisatie in handen komt van een kleine groep. Deze kleine groep machthebbers zal vervolgens alles in het werk stellen om hun macht in stand te houden en groter te maken. De meeste zogenaamde democratieën zijn dan ook per definitie "electorale oligarchieën" of evolueren in die zin.

Omgekeerd heeft ook de meest autocratische heerser adviseurs en zetbazen ter plaatse nodig, waaraan hij onherroepelijk een groot deel van zijn feitelijke macht delegeert. Het uiteindelijke resultaat is dat - met het verstrijken van de tijd - iedere regeringsvorm zich in oligarchische richting ontwikkelt.

Veel gematigde conservatieven zijn geneigd de IJzeren wet van de oligarchie als de Eerste Hoofdwet van de Politicologie te beschouwen.

Een engelstalige versie van dit boek kunt u hier vinden.

VAAK GESTELDE VRAGEN

Wat is het meest wenselijke? Stemplicht of stemrecht?

Stemplicht is volgens velen absurd. Het idee van stemplicht (of opkomstplicht; een wezenlijk verschil is er niet) gaat uit van de totalitaire gedachte dat de staat bevoegd is om de burger te dwingen tot maatschappelijke oordeelsvorming. De staat moet wachten op wat de burgers op eigen initiatief en uit eigen inzicht aan ideeën en idealen via het democratisch besluitvormingsproces aandragen. Een democratische staat kan dit proces niet proberen te sturen of te beïnvloeden zonder zijn eigen bron droog te leggen.

Wordt het 'primaat van de politiek' door referenda bedreigd?

Het primaat van de politiek moet uiteraard in stand blijven. Maatschappelijke tendenzen in de economie, het onderwijs enz. moeten zich zelfstandig kunnen ontwikkelen, maar wel binnen de kaders die de politiek daaraan stelt. In die zin moet de politiek in de maatschappij het laatste woord hebben. Maar "de politiek" is niet hetzelfde als "de politici op het Binnenhof". "De politiek" is een sfeer waarin, in het ideale geval, alle burgers in onderling overleg deelnemen aan de besluitvorming. De politiek als sfeer wordt momenteel juist bedreigd doordat de burgers haar massaal verlaten omdat de politici hen als onmondig en onvolwassen behandelen. Het referendum kan de politieke sfeer een grote impuls geven door haar op te rekken van het formaat Binnenhof naar het formaat van heel Nederland.

Daarnaast is het zo dat zelfs in Zwitserland, waar het referendum aan de orde van de dag is, het overgrote deel van de besluiten nog steeds door het vertegenwoordigende stelsel gemaakt zullen worden. In die zin zal het vertegenwoordigende stelsel altijd de toon blijven aangeven. Invoering van het referendum betekent niet dat de gekozen politici niets meer in te brengen hebben, maar wel dat zij meer verantwoording moeten afleggen, meer luisteren, en meer bruggen bouwen.

Is het referendum een inbreuk op het vertegenwoordigende stelsel?

Nee, in principe niet. De meeste Westerse landen kennen een vorm van referendum en in al die gevallen bestaan ze als een aanvulling op het vertegenwoordigende stelsel. "

Er bestaan momenteel al vele kanalen naast de particratie waar burgers gebruik van kunnen maken, zoals inspraak, bezwaarprocedures, pressie van ideële en belangengroepen, invloed uitoefenen via politieke partijen, enz.

Het referendum zou gewoon een nieuw kanaal zijn. Veel hangt af van het design van een referendumstelsel. Helaas is het zo dat veel tegenargumenten van tegenstanders van referenda, leiden tot slechte voorwaarden (zoals afwezigheid van het volksinitiatief, opkomstdrempels e.d.) die een soepele referendumprocedure zeer bemoeilijken. Wat dat betreft kunnen we veel leren van de sterke kanten van de referendumstelsels in de ons omringende landen. Helaas hebben tegenstanders van referenda vaak een blinde vlek voor de ruime buitenlandse ervaring, wellicht omdat ze anders hun mening zouden moeten herzien.

Uit onderzoek blijkt dat mensen om vele redenen op partijen stemmen, maar dat "bekwaamheid van de kandidaten tot besturen" daar nauwelijks bij is. Men stemt met name op partijen omdat die bepaalde belangen zou behartigen of vanwege specifieke issues. In een referendumstelsel kunnen burgers specifieke belangen of issues echter via referenda tot uitdrukking brengen, en zich bij verkiezingen bij personen concentreren op waar het officieel om draait: de algemene bekwaamheid tot besturen van de kandidaten. Parlementsleden worden minder pionnen van deelbelangen, maar kunnen zich beter op het algemeen belang richten. Tarcisio Zimmermann, de staatssecretaris van de staat Porto Alegre waar een interessant direct-democratisch stelsel op referendumgebied bestaat, gaat nog een stap verder en zegt: "Ik heb mij nog nooit beter gelegitimeerd gevoeld dan in dit stelsel van directe democratie, waarin de burgers het laatste woord hebben."

Wel is het zo dat het de mogelijkheid van referenda tot een andere politieke cultuur zal leiden, en dat sommige politici hierin beter functioneren dan andere. Politici moeten hun beleid veel meer beargumenteren, beleid ontwikkelen waar zoveel mogelijk groepen zich in kunnen vinden. Politici die communicatief zijn ingesteld en erin slagen veel groepen bij nieuw beleid te betrekken, zullen succesvoller zijn dan politici die zich in de wandelgangen opsluiten en beleid willen opleggen zonder te kijken naar wat in de samenleving leeft. De laatsten zullen vaker referenduminitiatieven op hun pad vinden dan de eerste.

Maken kiezers altijd keuzes in functie van hun eigenbelang?

Kiezers kunnen beslissingen nemen vanuit het standpunt van het collectief belang, zelfs indien zij hiervoor persoonlijk zullen moeten betalen. Twee recente voorbeelden illustreren dit punt.

  • In maart 1993, stemden de Zwitserse kiezers over een toename van de brandstoftaks. Hoewel vrijwel elke kiezer door dit voorstel financieel zou worden geraakt, werd het voorstel goedgekeurd.
  • In juni 1993 moesten de Zwitsers beslissen over een burgervoorstel, dat beoogde om de aankoop van nieuwe militaire vliegtuigen voor het jaar 2000 te verbieden. Indien aanvaard, zou dit voorstel de overheidsbegroting serieus hebben verlicht. Het voorstel werd echter verworpen" (Bohnet en Frey,1994).

Ook op dit punt moet democratie met de praktijk van de particratie worden vergeleken. In een puur representatief systeem als het Belgische worden de meeste besluiten ver van de openbaarheid genomen, niet in functie van het openbaar belang, maar in functie van belangen- en drukkingsgroepen die efficiënt achter de coulissen weten te werken. Een goede beschrijving van deze verborgen mechanismen vindt men in: Dewachter, W. 1992 "Besluitvorming in politiek België" Leuven:Acco.

Opent democratie de deur voor demagogie en manipulatie?

Het burgerinitiatief wordt misbruikt door drukkingsgroepen en de economisch machtigen om besluiten genomen door de verkozen organen te omzeilen.

Ook hier moeten we een vergelijking maken met de praktijk van de huidige particratie, niet met één of andere ideale, abstracte situatie. Het is belangrijk om steeds weer op dit punt de nadruk te leggen, omdat tegenstanders van democratie gewoonlijk veel strengere maatstaven hanteren voor democratie dan voor het zuiver particratisch systeem. Kijk naar de praktijk van de huidige parlementsverkiezingen. De campagnes zijn duur, en worden gevoerd via commerciële bureaus. Wat de kandidaten zeggen wordt bepaald via electorale strategieën: ze zeggen niet wat ze menen, ze spreken hun voornemens niet uit; ze doen uitspraken die geacht worden kiezers aan te trekken. Kort gezegd: ze misleiden de kiezers. Ze kunnen dit ongestraft doen, omdat de kiezers na de verkiezingen, wanneer ze plots met allerhande onverwachte maatregelen worden geconfronteerd, geen mogelijkheid tot reactie meer hebben.

De nazi's grepen de macht via parlementaire weg. Dit voorbeeld is belangrijk, omdat in de progressieve wetgeving van de Weimar-republiek elementen van democratie aanwezig waren (omwille van een hoge deelname-drempel werkte het systeem echter nauwelijks). Het politieke leven in het Duitsland van die tijd werd echter volledig door politieke partijen gedomineerd en in de 14 jaren dat de Weimar-republiek duurde (1919-1933) kwamen slechts twee burgerinitiatieven tot stand. Er ontwikkelde zich geen authentieke democratische cultuur. Toch blijft het een feit dat Hitler geen absolute meerderheid had bij de bevolking, wel echter in het abdicerende parlement. Paradoxaal genoeg werd na de tweede wereldoorlog de democratie in Duitsland opgegeven, en kwam met verwijzing naar de nazi-periode op federaal niveau een puur particratisch systeem tot stand.

In Zwitserland is het herhaaldelijk gebeurd dat de bevolking een beslissing neemt die diametraal ingaat tegen de unanieme wens van parlement, regering, en het hele economische establishment. Een goed voorbeeld is de integratie van Zwitserland in de Europese Economische Ruimte (EER) (6 december 1992). Hoewel de burgers werden gebombardeerd met pro-EER propaganda, werd de integratie met ruime meerderheid verworpen Zo werd er ook een wet verworpen die de beperking op zondags- en nachtwerk wou versoepelen.

De Zwitserse ervaring toont aan dat zelfs wanneer alle mogelijke drukkingsgroepen en de politieke elite dezelfde doelstelling nastreven, ze lang niet altijd hun zin krijgen" (Bohnet en Frey, 1994: 'Direct-democratic rules: the role of discussion' Kyklos 47, 341-354). In een puur particratisch systeem krijgt eenzelfde coalitie altijd haar zin.

Tenslotte is het interessant om te noteren dat geen doodstraf bestaat in Zwitserland (de invoering van de doodstraf is een van de gedoodverfde voorbeelden van de nefaste effecten, die democratie zou veroorzaken).

De directe democratie is evenwel noch een uitvinding van agitatoren, noch een geliefkoosd instrument van autoritaire regimes. Het is ook geen Zwitsers privilege, het bestaat ook, op bepaalde bestuursniveau's, in de VS, Duitsland en Italië. Dit heeft in die landen niet geleid tot ordeverstoringen of vrijheidsbeperkingen, het was geen springplank voor extreme groeperingen en heeft geen onderwaardering van de rol van de verkozenen met zich mee gebracht. Zij heeft integendeel geleid tot de deblokkering van concrete sociale problemen (bv. de echtscheiding in Italië). Ook in Brazilië zijn recent elementen van directe democratie ingevoerd om precies de democratie te vrijwaren.

Betekent democratie een gevaar voor minderheden?

Opnieuw: dezelfde maatstaven moeten gebruikt worden voor democratie en voor particratie. Particratie brengt vaak discriminatie van minderheden voort. In ons land is het onderwijs een goed voorbeeld. Twee grote netten verdelen onderling de macht, en kleinere onderwijstypes worden wettelijk benadeeld en uitgesloten. De Steinerscholen moeten proces na proces voeren, onlangs in verband met de eindtermen, om te bekomen waar de scholen van de meerderheidsgroepen vanzelfsprekend beroep op kunnen doen (bv. het gebouwenfonds). De eindtermen, die in december 1996 door het Arbitragehof werden vernietigd ondermeer omdat ze de rechten van minderheden als de Steinerscholen miskenden, werden langs puur particratische weg door het Vlaams parlement goedgekeurd. Na het besluit van het Arbitragehof bleken een heleboel CVP-parlementsleden, die nochtans mee het eindtermen-decreet hadden goedgekeurd, blij met het arrest van het Arbitragehof, en eisten zij dat ook het katholiek onderwijs een verminderde eindtermen-last zou opgelegd krijgen. Dit bewijst dat de parlementsleden helemaal niet 'wijs' of 'naar geweten' hebben gestemd. De waarheid is, dat heel wat CVP-parlementsleden de eindtermen hebben goedgekeurd onder druk van hun partijhoofdkwartier.

Er zijn geen aanwijzingen dat democratie tot versterkte discriminatie van minderheden kan leiden. In 1978 werd een burgerinitiatief, dat scholen wou toelaten om leraren op grond van homosexualiteit te ontslaan, door de kiezer afgewezen. In Utah werd een burgerinitiatief door de kiezer afgewezen, dat beoogde om verspreiding van 'obsceen' materiaal via kabeltelevisie aan banden te leggen. De uitslag was verrassend, omdat in Utah de mormonen driekwart van de bevolking uitmaken. Hoewel mormoon, verwierpen de kiezers toch het voorstel omdat dit laatste zou meebrengen, dat de overheid zich in toegenomen mate met de individuele leefsfeer zou bemoeien.

Wanneer direct-democratische besluitvormingskanalen ter beschikking staan, kunnen in het parlement geminoriseerde partijen altijd hun slag thuishalen via een referendum op volksinitiatief - tenminste indien ze voor hun standpunt bij het volk een meerderheid kunnen vinden. Dat is de reden waarom in Zwitserland alle politieke partijen van enig gewicht al decennia lang mee regeringsverantwoordelijkheid dragen: politieke minderheden kunnen in een volwaardige democratie veel moeilijker gemarginaliseerd worden dan in een zuiver representatieve particratie.

Minderheidsbescherming, en evengoed meerderheidsbescherming, kan absoluut geen argument zijn ten voordele van het bestaande particratische systeem, want er geen enkele reden om te geloven dat een beperkte machtselite minderheden of meerderheden beter gaat beschermen, wel integendeel. Het is natuurlijk wel waar dat de hele culpabilisatie-industrie met haar valse discriminatie-beschuldigingen te lijden zou hebben onder de invoering van de democratie.

Alle vragen zonder uitzondering zijn aanvaardbaar. Er kunnen alleen technische bezwaren zijn, ivm duidelijkheid en eenduidigheid. En natuurlijk moeten er voldoende handtekeningen verzameld worden.

Vrouwenstemrecht in Zwitserland.

De laattijdige invoering van het vrouwenstemrecht in Zwitserland heeft vooral te maken met het feit, dat Zwitserland niet de politieke en maatschappelijke schok heeft gekend die elders in Europa werd veroorzaakt door de afloop van de tweede wereldoorlog. Zo'n historische trauma's katalyseren het versneld invoeren van hervormingen: het algemeen enkelvoudig stemrecht werd bijvoorbeeld ingevoerd direct na de eerste wereldoorlog.

Pas op het einde van de jaren zestig werd het idee van de rechtsgelijkheid tussen man en vrouw gemeengoed in West-Europa. Toen in Zwitserland het stemrecht voor vrouwen werd ingevoerd, was in België bijvoorbeeld nog het asymmetrisch huwelijksrecht van toepassing, waarbij de vrouw gehoorzaamheid moest beloven aan de man. De invoering van het vrouwenstemrecht heeft niet met de aan- of afwezigheid van directe democratie te maken, maar met de evolutie van maatschappelijke normen en inzichten.

In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, was in verschillende deelstaten, zoals in Colorado, Oregon, Wyoming en Arizona, het vrouwenstemrecht reeds via directe democratie ingevoerd, voordat het dan in 1920 werd opgenomen (via representatieve weg) in de grondwet.

Welke handtekeningendrempel?

Referenda worden meestal gehouden nadat burgers een bepaald aantal handtekeningen van kiesgerechtigde burgers hebben ingezameld (de handtekeningendrempel). Hiermee tonen zij aan dat voldoende burgers vinden dat het mandaat waarover de overheid normaal beschikt, voor dit onderwerp terug moet gaan naar de burgers. Het mandaat moet immers alleen teruggaan naar de burgers als zij dat ook werkelijk wensen. Een referendum vraagt immers tijd en inzet van alle betrokkenen en het kost ook geld.

Referenda moeten alleen gehouden worden als voldoende burgers dat willen, of als besloten wordt dat in bepaalde gevallen altijd een referendum gehouden moet worden (het obligatoir referendum).

Moet er een quorum gesteld worden?

Er zijn 2 soorten quorums:

  • Het opkomstquorum waarbij zoveel procent van de kiesgerechtigden moet komen stemmen om de uitslag geldig te maken.
  • Het toestemmingsquorum waarbij zoveel procent van de kiesgerechtigden voor een van de opties moet kiezen.

Quorums zijn onlogisch. De enige correcte interpretatie van het niet-stemmen is dat de thuisblijvers een mandaat geven aan de groep die wel stemt, om gezamenlijk te beslissen. Wetten gelden immers per definitie voor iedereen in gelijke mate, dus kunnen mensen zich niet onttrekken aan de geldigheid van een wet met het argument dat ze niet naar de stemming zijn gegaan. Het gaat erom dat mensen een principiële mogelijkheid hebben om te stemmen; wanneer zij thuisblijven omdat zij feitelijk niet betrokken zijn bij het onderwerp (omdat het over iets specifieks gaat, zoals de visserij, de studiefinanciering of de gehandicaptenvoorziening) of menen dat zij niet voldoende kennis van het onderwerp hebben, of geen tijd of belangstelling hebben, dan is het prima dat mensen thuisblijven en de facto anderen mandateren. Deze anderen hebben immers wel belangstelling of kennis of zijn feitelijk bij het onderwerp betrokken.

Bij afwezigheid van rationele argumenten lijkt er maar één reden te zijn voor het quorum: arrogantie ten opzichte van de bevolking en de stiekeme overtuiging dat de politieke elite beter oordeelt dan het plebs.

Neen. Burgers die niet aan een verkiezing deelnemen, worden geacht een mandaat te geven aan hun medeburgers die wel een stem uitbrengen. Een quorum lokt perverse gevolgen uit. Veronderstel dat een deelnamequorum van 40% geldt. Onder de burgers is 60% voorstander van het voorstel, en 40% is tegenstander. Ongeveer 60% van de bevolking wil deelnemen aan de stemming. De minderheid kan dan een boycot lanceren, zodat enkel 36% van de kiezers stemt en het voorstel struikelt over het quorum. Deelname-quorums worden nooit gebruikt voor de verkiezing van volksvertegenwoordiging, gemeenteraden enz., en er is geen enkele reden om van deze regel af te wijken bij initiatieven of referenda. Indien er stemplicht is, vervalt het bezwaar van de deelnamedrempel maar ontstaat er wel een ander probleem.

ARGUMENTEN PRO

Meer en zakelijker politiek debat.

Wanneer burgers direct mogen meebelissen over politieke onderwerpen, zijn zij meer gemotiveerd om zich met politiek bezig te houden. Uit onderzoek van Benz & Stutzer ('Are voters better informed when they have a larger say in politics?' Paper presented at the European Public Choice Conference, 2002) blijkt dat burgers in de meer direct-democratische kantons in Zwitserland meer deelnemen aan politieke discussies en beter geïnformeerd zijn over politieke onderwerpen dan burgers in minder direct-democratische. Politici moeten hun beleid veel meer publiekelijk beargumenteren, beleid zodanig ontwerpen dat vele groepen zich erin kunnen vinden en meer rekening moeten houden met wat in de samenleving leeft. Het is niet voldoende meer wanneer zij alleen een formele meerderheid in het parlement regelen. Het debat wordt zakelijker omdat er in een directe democratie steeds afzonderlijke onderwerpen op de agenda staan waarover goed een discussie op argumenten mogelijk is. Dat is wat anders dan de vage en ideologische kretologie die door partijen in verkiezingstijd wordt gebezigd die tegelijkertijd hun standpunt op honderden ongerelateerde onderwerpen kwijt willen ("PvdA: Voor een goed beleid"). Omdat in een directe democratie burgers kunnen beslissen over concrete onderwerpen en in een vertegenwoordigend stelsel alleen over personen, gaat directe democratie de verpersoonlijking van de politiek tegen ("de poppetjes in plaats van de inhoud"

Mogelijkheid voor minderheden om een meerderheden te worden.

In een directe democratie hebben minderheden die overtuigd zijn van hun gelijk of gerechtvaardigde belangen, de mogelijkheid om hun thema's op de politieke agenda te zetten en een publiek debat uitlokken over die thema's. Indien zij steekhoudende argumenten hebben, kunnen zij een meerderheid van de burgers overtuigen en dus van een minderheid een meerderheid worden. In een zuiver vertegenwoordigend stelsel zitten minderheden structureel in het verdomhoekje. De meerderheidspartijen hebben die meerderheid immers voor alle thema's gedurende 4 jaar en kunnen dus alles aangenomen krijgen wat ze maar willen. Via directe democratie kunnen groeperingen zonder een minderheid in het parlement, toch meeregeren, en dat is terecht want ook zij hebben een mandaat van groepen kiezers. Maatschappelijke groeperingen die meer marginaal zijn hebben en (dus) slechte banden met de politieke elite hebben, hebben doorgaans het meeste belang bij directe democratie. Uit een Rasmussen poll uit 1998 in Texas over de wenselijkheid van directe democratie, waarin de respondenten ook gevraagd werd naar hun achtergrond, bleek dat hoe marginaler een minderheid was, hoe groter hun steun voor directe democratie: van de 'whites' was 69%, de 'blacks' 72% en de 'hispanics' 87% voorstander van directe democratie. (www.initiativefortexas.org/whowants.htm

Meer leerprocessen voor politiek en burgers.

Indien burgers zelf actie kunnen ondernemen via direct-democratische kanalen, betekent dit voor hen meer leerprocessen. Zij zijn gedwongen haalbare voorstellen te formuleren die het publieke debat wat onvermijdelijk komt, kunnen overleven. Ze moeten samenwerken met andere groepen om voldoende steun te bouwen. Dit zorgt er voor dat zij meer volwassen worden als staatsburgers en een meer realistische kijk op de politiek krijgen. Directe democratie brengt ook voor politici meer leerprocessen op gang. Zij worden veel meer geconfronteerd met nieuwe ideeën en moeten hierop antwoorden verzinnen. "Directe democratie betekent dat de politiek niet het privilege meer heeft om niet te hoeven leren." (Referaat van Andreas Gross, conferentie Borders to Cross, Maastricht 2001

Meer spreiding van verantwoordelijkheid.

In een directe democratie worden alle burgers feitelijk mede-verantwoordelijk gemaakt voor het reilen en zeilen van de maatschappij. Burgers kunnen nu concreet iets ondernemen wanneer er misstanden gesignaleerd worden. Politici kunnen mensen die zeggen dat "de" politiek "er" niets van bakt, erop wijzen dat zij nu hele praktische instrumenten hebben om dingen te veranderen, eventueel geheel buiten het partijpolitieke systeem om. Dat is zeer welkom in een tijd waarin de maatschappij zo ingewikkeld is geworden dat problemen alleen nog opgelost kunnen worden met de inzet van iedereen, al was het maar omdat echte oplossingen draagvlak nodig hebben. Els Borst kan in haar eentje de wachtlijsten niet wegwerken en kan hier niet als enige verantwoordelijk voor worden gehouden

Vroegtijdig signalering van onvrede en omzetting in iets positiefs.

Directe democratie vormt een fijne antenne voor aspiraties en nieuwe ideeën van maatschappelijke groeperingen. Via directe democratie kan veel eerder en fijner duidelijk worden wat burgers in maatschappelijke zin willen en verwachten. Er zijn vele voorbeelden te noemen van issues die in Zwitserland via directe democratie geregeld zijn maar waar de politieke elite anders volkomen overheen gekeken zou hebben. Via directe democratie kunnen ontevreden burgers hun onvrede ook steeds concreet omzetten in iets positiefs. Wanneer burgers geen direct-democratische instrumenten hebben, zal onvrede veelal ophopen en bestaat de kans dat deze zich eens in de vier jaar ontlaadt in een proteststem op een protestpartij. De opkomst van de LPF van niets naar 26 zetels is natuurlijk een schoolvoorbeeld. Maar zo'n protestpartij gaat niet per se de wensen van burgers omzetten in beleid - een blik op het verleden leert dat deze óf snel uiteenvallen/verdwijnen, óf deel worden van het establishment. Bovendien leidt dit tot schokken die nauwelijks begeleid worden door debat of rationaliteit. Een directe democratie is veel stabieler omdat veel transparanter is wat burgers willen en verwachten, en zij dit ook te allen tijde kunnen realiseren via directe democratie

Toename sociaal kapitaal en welzijn.

Meer directe vormen van democratie betekent een grotere maatschappelijke betrokkenheid van mensen. In een referendumdemocratie blijken mensen meer oog krijgen voor het feit dat ze samen een maatschappij aan het opbouwen zijn. Ze gaan de collectieve sfeer meer als de hunne ervaren. Dat heeft concrete gevolgen. Zo is door de econoom Bruno S. Frey - de meest geciteerde Zwitserse econoom - in Zwitserland een aanzienlijk lagere belastingontduiking aangetoond in die kantons waar de belasting en begroting via directe democratie te wijzigen zijn. (Kirchgässner/Feld/Savioz, Die direkte Demokratie: Modern, Erfolgreich, Entwicklungs- und Exportfähig, Basel 1999; dit is een overzichtsstudie naar de maatschappelijke effecten van directe democratie). In een opmerkelijk onderzoek heeft prof. Bruno Frey zelfs aangetoond dat burgers in een directe democratie gelukkiger zijn. Er zijn uiteraard vele oorzaken die het zelfgerapporteerde geluksgevoel vergroten, maar als alle andere factoren geisoleerd worden dan blijkt dat er nog een zeer significante factor overblijft: hoe direct-democratischer de regio is, hoe gelukkiger de inwoners daarvan. (Frey & Stutzer, 'Happiness, Economy and Institutions', The Economic Journal 110 (2000

Minder invloed machtige belangengroepen.

De invloed van 'heersende machten' en het grote geld op de politiek neemt af. Machtige belangengroepen hoeven momenteel immers slechts 150 volksvertegenwoordigers te overtuigen om hun zin te krijgen. Dit is goed mogelijk via private lobby's of in verborgen wandelgangen. In een referendumdemocratie zullen zij de hele bevolking moeten overtuigen, en bovendien in het openbaar. De politiek wordt transparanter. Gerber (The populist paradox, Princeton 1999) heeft middels een grootschalig empirisch onderzoek aangetoond dat zelfs in de Californië, waar relatief veel geld omgaat in referendumcampagnes en de ja- en nee-kant vaak zeer ongelijk bedeeld zijn, het Grote Geld niettemin de uitslag niet kan bepalen

Beter beleid, meer innovatie.

Door invoering van het volksinitiatief wordt veel beter gebruik gemaakt van de grote vakkennis die in organisaties van de 'civil society' voorhanden is - vakkennis die nooit door een klein groepje parlementariërs alleen te beheren is. Via het volksinitiatief kunnen burgerorganisaties direct vernieuwende voorstellen agenderen. Er zijn veel meer partijen bij het maken van beleid betrokken. Hierdoor wordt beleid beter. Ook dit heeft meetbare gevolgen. Door de economen Feld en Savioz is bijvoorbeeld een direct verband aangetoond tussen directe democratie en economische groei. (Feld/Savioz, Direct democracy matters for economic growth: an empirical investigation, Kyklos 50, 1997) Anderzijds blijken burgers voorzichter te zijn dan overheden met de uitgaven, waardoor staten met meer directe democratie gemiddeld een gezonder financieel beleid vertonen

Kanaal voor sociale verandering.

In de 21e eeuw zijn veel veranderingen noodzakelijk. Er is vraag naar een economie die in de economische en psychologische behoeften van iedereen voorziet, aan een duurzame landbouw, aan meer burgerlijke vrijheden en aan bescherming van het milieu. Via het volksinitiatief kunnen burgers direct vernieuwende voorstellen op de agenda zetten. Zo kunnen zij minimaal een publiek debat over hun thema's uitlokken

Het doet er niet meer toe wie op de stoel zit van de burgemeester of minister.

De verkozenen zijn eerder uitvoerders van de politieke keuzes die de bevolking maakt. M.a.w. zij zijn eerder ambtenaar.
De politieke keuzes worden gemaakt door de bevolking.
Democratie - Gevolgen

Hebben politici voordelen met directe democratie?

Uiteraard! Zij kunnen niet meer door de beolking aansprakelijk worden gesteld voor de politieke keuzes die werden gemaakt. Het is de bevolking die de gevolgen draagt van zijn politieke keuzes.
Er is meer stabiliteit. Politieke spelletjes over wie op de stoel zit van de burgemeester of de minister doen er niet veel meer toe. Macht van de burgemeester en minister neemt gevoelig af.

De aard van de debatten verschuift van machtspelletjes, naar het inhoudelijke debat: de sterkste argumenten winnen, en doen het referendum naar deze politieke keuze overhellen. Politiek wordt een cultuur van openheid, argumentatie en overleg en niet langer van conflict.

Directe democratie maakt dat de politiek veel transparanter en meer op de wensen van de bevolking wordt afgestemd. Het is voor politici niet meer voldoende wanneer ze alleen een (vaste) meerderheid in het parlement hebben; het kan immers ook nog door de bevolking worden weggestemd. Dus moeten ze argumenten verschaffen en concessies doen aan tegenstanders. Directe democratie leidt tot een cultuur van openheid, argumentatie en overleg.

Het debat wordt interessant.

Door directe democratie ontstaat debat 'aan de basis' omdat mensen nu echt iets te kiezen hebben. Er staat een concreet onderwerp op de agenda waar heel goed een debat op zakelijke argumenten mogelijk is - in tegenstelling tot de algemene, vage en ideologische debatten rondom de parlementsverkiezingen. Bovendien is het zinvol voor burgers om zich in een directe democratie met politiek bezig te houden: ze kunnen vervolgens immers zelf werkelijk iets veranderen i.p.v. hun medebeslissingsrecht eenvoudig uit handen geven.

ARGUMENTEN CONTRA

Referendums passen niet in het representatieve systeem.

  • Het referendum zou niet passen in het vertegenwoordigende stelsel. Dit argument is nogal onzinnig. Er zijn geen landen in de wereld die zuiver via directe democratie worden bestuurd (zonder parlement), maar er zijn ook weinig landen die niet een of andere vorm van referendum kennen. De mengvorm is de norm. In Zwitserland en de helft van alle Amerikaanse deelstaten bestaan al meer dan een eeuw uitgebreide referendumstelsels die op allerlei manieren zijn ingebed in het parlementaire stelsel.

Gezag van het parlement wordt ondermijnd.

  • Het gezag van het parlement en politieke partijen zou worden ondermijnd wanneer via een referendum een parlementsbesluit zou sneuvelen. In werkelijkheid is het parlement dat gezag allang kwijt. In internationale peilingen naar het vertrouwen dat burgers in allerlei ‘instituties’ hebben, bungelen de parlementen meestal onderaan. Door invoering van het referendum zouden politici aangeven dat ze bereid zijn de macht te delen en naar argumenten te luisteren. Dat zou wel betekenen dat ze af en toe een referendum verliezen, maar het zou hen veel gezag en achting kunnen opleveren, evenals veel meer gelegenheid om hun argumenten en standpunten voor het publieke voetlicht te brengen.

Referendums werken tergend traag.

  • Het referendum zou een vertragende werking hebben. Die is er tot zekere hoogte, maar de vraag is of dat erg is. Nu zien we vaak dat wet- en regelgeving in hoog tempo wordt gewijzigd. Elke nieuwe regering maakt veranderingen van de vorige weer ongedaan. Een referendumdemocratie zou meer rust brengen op dit punt. Door het brede, uitvoerige publieke debat kunnen wetten tot stand komen die beter doordacht zijn en een breed draagvlak hebben. Het feit dat we nu van crisis tot crisis strompelen zonder tijd voor publiek debat, komt deels door het gebrek aan democratie.

Belangengroepen kunnen referendums misbruiken.

  • Kleine, goed georganiseerde groepen zouden via het referendum hun slag kunnen slaan. De werkelijkheid is eerder andersom. Kleine, goed georganiseerde lobbies kunnen in een zuiver vertegenwoordigend stelsel veel gemakkelijker invloed uitoefenen dan in een referendumdemocratie. Ze hoeven hiervoor slechts een handvol politici te overtuigen, en dit kan heel goed via verborgen kanalen. In een referendumdemocratie moeten ze de hele bevolking overtuigen, en plein public. Het is veel moeilijker de hele bevolking onder druk te zetten of haar om te kopen.

Rechten van minderheden worden aangetast en bedreigd.

  • De rechten van minderheden zouden in een referendumdemocratie worden aangetast. Onderzoek wijst uit dat hiervoor in de Zwitserse en Amerikaanse referendumpraktijk geen bewijs te vinden is. Wat wel is bewezen, is dat in Amerika juist leden van minderheidsgroepen voorstander zijn van referenda, ‘blacks’ nog meer dan ‘hispanics’ en die weer meer dan ‘whites’. De verklaring is eenvoudig: minderheidsgroepen hebben een minder goede lobby bij de regering. Juist zij hebben belang bij directe democratie. Doordat minderheden via handtekeningenacties een referenda kunnen aanvragen, kunnen zij via een publiek debat een meerderheid worden.

Referendums zijn té duur.

  • Het referendum zou teveel kosten. In de praktijk kost het houden van een referendum aan publieke middelen zo’n één tot anderhalve euro per inwoner. Dus als Nederland vier nationale referenda per jaar zou houden, kost dat maximaal 6 euro per inwoner per jaar. Wij denken dat Nederlanders graag bereid zouden zijn een speciale referendumbelasting van 6 euro per jaar te betalen als dat zou betekenen dat zij daadwerkelijk over belangrijke onderwerpen kunnen meebeslissen. Bovendien kunnen de kosten van referenda eenvoudig worden verlaagd door bijvoorbeeld stemmen per brief mogelijk te maken, zoals in Zwitserland al decennia lang gebruik is.

Referendums hebben weinig effect.

  • Het referendum zou weinig uithalen, omdat verreweg de meeste beslissingen nog steeds door het parlement genomen zouden worden. Dat laatste is juist, maar deze critici vergissen zich in de indirecte effecten van het referendum. Als burgers steeds een referendum kunnen aanvragen over elke wets- of grondwetswijziging, dan zijn politici veel voorzichtiger bij hun wetgevende werk. Dat heeft ook een effect op alle wetten waarover geen referendum wordt gehouden.

VOORBEELDEN

Een selectie van de belangrijkste resultaten:
  • Hervorming van de begrotingsprocedure in Californië. Californië is een van de weinige staten vereisen twee-derde van de stemmen de begroting goed te keuren. Voordat de problemen, kiezers afgeschaft deze regel door voorstel 25 maar de belastingverhogingen zijn onderworpen aan de tweederde-regel.De 13 voorstel vermindert onroerendgoedbelasting met 50% en beperkte toekomstige jaarlijkse verhogingen tot 2%. Het heeft verspreid in andere staten van de VS.
  • Afwijzing van de verplichte staat sociale zekerheid. De kiezers van Arizona (propositie 106) en Oklahoma (vraag 756) werden geplaatst in de grondwetten van de lidstaten een verklaring uit zeggend dat het niet kan dwingen een burger of een bedrijf te sluiten staat ziektekostenverzekering, want iedereen heeft het recht om te kiezen een privé medische verzekering. Verplichte lidmaatschap schendt dit recht. Deze twee landen toetreden tot de Missouri en hun stem is een manier om zich te verzetten tegen de Obama Voorzitter. Alleen burgers van Colorado (amendement 63) verwerpt het initiatief.
  • De voorrechten van de richtingen van geslachte vakbonden. Voorstellen 103 in Arizona, 2 in South Carolina, en het amendement A Utah, eiste de geheime stemming in de Unie verkiezingen tegen het advies van de "hobbels" van deze organisaties. Het doel is om niet-geheime stemmingen door de handtekening van een kaart, procedure door de Voorzitter Obama in zijn campagne 2008 gewenste blokkeren. Louisiana gestemd over een grondwetswijziging waarbij een uitstekende meerderheid in het Parlement om de pensioenen van de publieke sector tegen vakbondsleiders.
  • Fiscale discriminatie van de rijken is mislukt. Bill Gates senior en junior initiatief tot oprichting van een speciale belasting voor individuen verdienen meer dan 200.000 dollar mislukt in de staat Washington met 66% van niet! Tegenstanders waaronder twee mede-oprichters van Microsoft, Steve Ballmer en Paul Allen, maakte twee argumenten: deze speciale belasting getalenteerde mensen te verlaten Washington State zou leiden, en er is het risico dat het inkomen als belaste bar later worden verlaagd tot ergernis van de middenklasse. Kiezers werden ook gehouden om te laten zien dat zij niet "cover" (weken wilden) de rijken met jaloezie.
  • Arizona gedaald affirmative action. Op 59% goedgekeurd kiezers voorstel 107 verbieden discrimineren in een manier of een andere personen volgens ras of etniciteit. Het doel is te verzetten tegen het beleid van positieve discriminatie ten gunste van zwarten, politieke dat indruist tegen het beginsel van individuele verdienste. Dus, samen met Arizona de Californië, Michigan, Nebraska en Washington die affirmative action verboden.
  • Oklahoma ontslagen de verplichting voor een burger of een bedrijf om toe te treden staat ziektekostenverzekering.
  • Verbod van de islamitische sharia. Na een arrest van New Jersey met een man mishandeling van zijn vrouw op de grond dat zijn islamitische godsdienst toegestaan hem om dit te doen (arrest vernietigd op beroep), MP Rex Duncan geplaatst een populaire initiatief te verbieden van de toepassing door de rechters van de Sharia in zijn staat, Oklahoma. Door 70% van de stemmen, de électeursont gestemd dit 755 voorstel dat legt alleen beoordelen van staat en federale wet zonder inachtneming van de internationale verdragen van de account of de Sharia.
  • Bevestiging van de rechten van de jagers en de bescherming van dieren. De kiezers gestemd in Arkansas, Tennessee en South Carolina, constitutionele amendementen garanderen ingezetenen het recht om te vissen om te jagen. Een soortgelijk initiatief is mislukt in Arizona. Een antichasse in North Dakota initiatief is mislukt. Tot slot, de propositie b in Missouri vereist grotere kooien hond fokkers.
  • De lobby van de verkopers van alcohol is geslagen. Deze lobby gekregen in de staat Washington staat slijterijen privatiseren. Vergoeding van de staat was het creëren van een nieuwe belasting op alcohol. De twee initiatieven in deze richting zijn verworpen.
  • De naam van de staat van het eiland Rhodos zal niet veranderen. Tot 75%, kiezers geweigerd te veranderen de officiële naam van de staat "Rhodos eiland en the Providence Plantation" in Rhodos Eiland De redactie van het initiatief wilde de naam van oorsprong onder het voorwendsel dat hij verwees naar plantages met slaven te verbieden. Deze stelling revisionistische van bekering werd verworpen door een zeer grote meerderheid van het volk van de staat.
  • Falen van de Texas olie lobby. De 23 voorstel gefinancierd door twee Texas olie bedrijven had willen schorsing van de regels voor verwarming van kassen gassen. Het was op advies van de gouverneur van de staat door 61% van de stemmen verworpen.
  • Afwijzing van de inspanningen tot liberalisering van het gebruik van marihuana. In Californië, het voorstel voor legalisatie kwestie 19

ONDERZOEKSRESULTATEN

Hieronder enkele voor zichzelf sprekende onderzoeksresultaten:

  • Feld en Savioz (1997) namen een nauwkeurige index van de mate van directe democratie in alle Zwitserse kantons en correleerden deze met de economische prestatie van de kantons op diverse tijdstippen tussen 1982 en 1993. Na vele bewerkingen te hebben uitgevoerd en alternatieve verklaringen te hebben uitgesloten, concludeerden zij dat, afhankelijk van het tijdstip, de economische prestatie in de direct-democratische kantons tussen de 5,4 en 15 procent hoger was dan in de representatieve kantons.
  • Pommerehne onderzocht de 103 grootste steden van Zwitserland op het verband tussen directe democratie en de efficiëntie van de overheid, met als voorbeeld de afvalverwerking. In de steden met directe democratie was de afvalverwerking – ceteris paribus –10 procent goedkoper dan in de steden zonder directe democratie. Bovendien vond Pommerehne een flinke kostenbesparing indien de afvalverwerking door de stad werd uitbesteed aan een privaat bedrijf. In de steden met directe democratie en private afvalverwerking waren de kosten 30 procent lager – ceteris paribus – dan in de steden met een representatief systeem en publieke afvalverwerking.
  • Kirchgässner, Feld en Savioz (1999, p. 92-98) bekeken 131 van de 137 grootste Zwitserse gemeenten om het verband tussen directe democratie en publieke schuld vast te stellen, met data uit 1990. In de gemeenten waarin referenda over de publieke uitgaven zijn toegestaan, was de publieke schuld – ceteris paribus – 15 procent lager dan in gemeenten waar dit niet het geval was.
  • Feld en Matsusaka (2003) onderzochten het verband tussen overheidsuitgaven en directe democratie. In sommige Zwitserse kantons bestaat een ‘Finanzreferendum’ waarbij alle overheidsbeslissingen boven een bepaald bedrag (het gemiddelde is 2,5 miljoen Zwitserse frank) verplicht door de burgers moeten worden goedgekeurd. In kantons met zo’n referendum waren de overheidsuitgaven tussen 1980 en 1998 gemiddeld 19 procent lager dan in kantons zonder dit instrument.
  • Frey, Kucher en Stutzer (2001) onderzocht of het zelfgerapporteerde geluksgevoel (‘subjective well-being’) van burgers beïnvloed wordt door directe democratie. Geluksgevoel kan gewoon worden gemeten, in de zin dat je mensen gewoon kan vragen hoe gelukkig zij zichzelf voelen. Frey nam dezelfde index van de Zwitserse kantons als Benz en Stutzer, en correleerde die aan de antwoorden van 6.000 Zwitsers op de vraag: „Hoe tevreden bent u tegenwoordig met uw leven in zijn geheel?“ Frey controleerde voor vele andere variabelen. Dit konden zij aangeven in een schaal van 1 tot 10. Een inwoner van Basel (het meest direct-democratische kanton) bleek 12,6 procentpunt hoger te scoren op de geluksschaal dan een inwoner van Genève (het meest representatieve kanton). Ook bekeek Frey het verschil tussen geluksgevoel dat ontstaat omdat het beleid meer volgens de wensen van de burgers is (uitkomst), versus het geluksgevoel dat ontstaat door deelname aan het stemmen zelf (het proces). Dit deed hij door een groep buitenlanders mee te nemen, die op kantonnaal niveau niet mogen stemmen, maar wel de vruchten plukken van de uitkomsten van referenda. De nietstemmende buitenlanders waren in de direct-democratische kantons ook gelukkiger, maar minder dan de stemmende Zwitsers. Hieruit concludeerde Frey dat het deelnemen aan de stemmingen voor tweederde verantwoordelijk was voor het toegenomen geluksgevoel, en het meer met de volkswil overeenkomende beleid voor één derde.

STANDPUNTEN POLITIEKE PARTIJEN

CD&V over Directe democratie

CD&V wijst de directe democratie, bindende referenda en de directe verkiezing van de burgemeester af. Wij kiezen voor de representatieve democratie. De directe democratie is veel te veel een door een economische logica bepaald politiek systeem. De directe democratie werkt met behoeftes en preferenties in plaats van met waarden en normen. Zij creëert bovendien overspannen verwachtingen bij de burger ten aanzien van de politiek. Het democratisch deficit is volgens CD&V niet zozeer de afstand tussen burger en overheid. Integendeel, er dient een zekere afstand te zijn tussen overheid en ‘onderdaan’ als men een gezagsvolle overheid wil. Het democratisch deficit is vooral een gebrek aan controle door de wetgevende macht ten aanzien van de uitvoerende macht. Het middenveld of de civiele samenleving speelt in de politieke relatie tussen burger en overheid een cruciale rol. Het middenveld realiseert dwarsverbindingen tussen individu, overheid en markt. Het vormt een buffer tegen een kolonisering van de politiek en de microwereld door de economie en tegen een extreme politisering van de microwereld.

Vlaams Belang over Directe democratie

Het Vlaams Belang is voor een representatieve democratie, die gecorrigeerd wordt door elementen van rechtstreekse democratie. Rechtstreekse democratie maximaliseert de politieke participatie van de bevolking en de legitimiteit van de politieke besluitvorming. Het referendum moet georganiseerd worden op nationaal en op gemeentelijk niveau. Op nationaal niveau kan op vraag van 100.000 kiesgerechtigden of minstens één derde van het totaal aantal leden van het parlement een grondwets-, wetgevings- of verdragsreferendum worden gehouden onder het Vlaamse volk. In de gemeente kan een referendum worden gehouden op vraag van minstens één derde van het totaal aantal leden van de gemeenteraad ofwel 10% van de gemeenteraadskiezers.

Het cordon sanitaire, dat 613.000 Vlaamse kiezers uitsluit, is fundamenteel ondemocratisch, o.m. omdat het de democratie beperkt tot een loutere procedurekwestie.
 

Open Vld over Directe democratie

Voor de Open Vld moeten de burgers niet alleen bij verkiezingen maar het hele jaar door hun stem rechtstreeks kunnen laten gelden. Na een breed maatschappelijk debat moeten belangrijke bestuurlijke beslissingen met een bindend referendum kunnen worden genomen. De Open Vld wil daarom de organisatie van het bindend referendum op alle niveaus mogelijk maken. Het initiatief voor zulk een referendum dient door een voldoende aantal mensen te worden afgedwongen. Dat zelfde aantal mensen kan de vraagstelling voor het referendum formuleren. Deze mag evenwel niet in strijd zijn met de grondwettelijke rechten en vrijheden. Het referendum is pas bindend vanaf een bepaalde minimum opkomst.

Sp.a over Directe democratie

Sp.a wil dat zoveel mogelijk mensen meebeslissen over de organisatie van de samenleving. Dat is een fundamenteel, democratisch uitgangspunt. Iedereen, en niet uitsluitend een intellectuele of financiële elite, heeft het recht of de verantwoordelijkheid te bepalen hoe de samenleving er uit moet zien. Iedereen heeft dat recht en iedereen heeft die verantwoordelijkheid. Omdat alle mensen gelijkwaardig zijn. Algemeen enkelvoudig stemrecht betekent voor ons dat we de opkomstplicht behouden; dat we bindende referenda invoeren waarbij opkomstplicht geldt; dat al wie op duurzame wijze deel uitmaakt van onze samenleving - ook migranten - en er zijn verantwoordelijkheid in opneemt, stemrecht (gekoppeld aan opkomstplicht) op gemeentelijk niveau verwerft.

Lijst Dedecker over Directe democratie

In Vlaanderen moet het mogelijk worden om een bindend referendum te houden, op initiatief van het volk. Dat moet kunnen op alle bestuursniveaus en zonder taboe, zodra er voldoende burgers om een referendum vragen. Het gaat allereerst om democratisch fatsoen, en het brengt de politiek eindelijk binnen het bereik van iedereen. Het is een noodzakelijk tegenwicht voor de louter representatieve democratie van nu, waar de politieke partijen alles voor het zeggen hebben. Directe democratie is het meest doeltreffende middel tegen politiek machtsmisbruik, conservatisme en immobilisme die de welvaart van de bevolking in de weg staan.

Groen! over Directe democratie

Groen! kiest voor meer democratie, dat wil zeggen de democratie verbeteren, verbreden en verfijnen. Verbreding betekent het verlenen van stemrecht aan alle burgers op basis van verblijf, los van nationaliteit. Of ook jongeren vanaf 16 stemrecht geven. Verfijning kan door de representatieve democratie aan te passen aan de noden van vandaag. Mensen moeten zich betrokken weten. Dat kan gaan van een voorzichtig en passief consulteren op basis van enquêtes tot het actief toekennen van beslissingsmacht, bijvoorbeeld via referenda.
Of via het werken met burgerjury’s: een groep van een twintigtal vrijwilligers die een microkosmos vormen van hun gemeenschap. Zulke jury’s hebben een adviserende functie. Waarom geen burgerjury organiseren over het gebruik van Genetische Gemanipuleerde Organismen (ggo’s)?

N-VA over Directe democratie

Niet de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester of referenda, maar de versterking van de rol van de gemeenteraad en het parlement zorgen voor een betere democratie. Politici worden juist verkozen om verantwoordelijkheid te nemen en mogen de hete hangijzers dus niet opnieuw doorschuiven naar de burger. In een echte democratie krijgt men ook geen publieke functie of politieke macht door erfopvolging, dus streeft de N-VA naar een republikeinse staatsvorm.

PVDA over Directe democratie

Districtsraadslid Mie Branders (Hoboken) houdt om de 6 maanden een volksvergadering over haar werk in de districtsraad. Zo organiseert zij zelf de controle van het volk over haar werk. Zij leert heel veel uit de voorstellen van het volk. Schepenen en topambtenaren moeten ook geschorst kunnen worden door de bevolking. Een vuilnisman die een pintje drinkt tijdens zijn werk, wordt twee maanden geschorst. Maar de grote profiteurs kunnen jarenlang hun gang gaan op onze kosten. Dat moet gedaan zijn. Een schepen moet ook niet meer betaald worden dan een gewone arbeider. Mie leeft als dokter van Geneeskunde voor het Volk aan een arbeidersloon. Zonder Visakaart!

Conclusie

U zal ons in elk geval nooit horen beweren dat het systeem van directe democratie een perfect systeem is. Geen enkel systeem is perfect, maar we hebben een systeem nodig dat snel doch behoedzaam kan inspelen op economische en sociale veranderingen.

De argumenten hierboven weergegeven tonen enkel aan dat directe democratie een beter systeem is dan het particratisch stelsel dat momenteel bestaat, minstens is het een essentiële aanvulling op het representatieve systeem.

Directe democratie werkt beter dan representatieve democratie, maar omdat het nog steeds een kleine foutenmarge heeft, zou het volgens tegenstanders niet ingevoerd mogen worden?

Links & Downloads

Verschijnen weldra!